De Labrador Retriever

De Labrador Retriever is een vriendelijke, intelligente en levendige hond met een bijzonder goede neus, wat hem zeer geschikt maat voor het zoekwerk. Apporteert bijzonder betrouwbaar, ook uit het water.  Dit ras heeft een vriendelijk karakter zonder agressie of ongepaste schuwheid. Doordat de hond beschikt over een goede wil to please (graag wil doen voor de baas wat deze vraagt) maakt dat de Labrador ook een erg populaire gezinshond.

De Labrador is een ondernemende en actieve hond die graag wil werken, rennen en spelen. Als ze zich vervelen zullen ze dingen gaan slopen. Het is dus belangrijk dat je aandacht aan je hond geeft en met hem dingen gaat ondernemen. Voor een volwassen hond moet je daarbij denken aan minimaal 2 uur per dag lekker samen naar buiten. In het eerste jaar moet dit met beleid gebeuren want de gewrichten zijn nog in ontwikkeling en moeten niet te zwaar belast worden. Doe je dit wel dan kan dat tot grote problemen leiden als HD en ED. Dus geen lange wandelingen of wandelingen op onstabiele ondergrond als bijvoorbeeld het strand in het eerste levensjaar van je Labrador.

Hieronder treft u de rasstandaard volgens de FCI (Fédération Cynologique Internationale) aan.


FCI-Standard N° 122 / 12.01.2011 / GB

Land van oorsprong: Engeland

Datum publicatie van de standaard: 12.01.2011

Gebruik: Apporteren.

Classification F.C.I.:
Groep 8: Retrievers, Spaniëls en Waterhonden
Sectie 1: Retrievers
Met werkproef

Kort historisch overzicht: Het is in de volksmond bekend dat de Labrador Retriever is ontstaan aan de kust van Groenland, waar de vissers honden hadden met het uiterlijk van de Labrador, zij gebruikten deze honden om de visnetten met vis uit het water te halen.
Het was een uitstekende waterhond, zijn weerbestendige vacht en een unieke staart, werd vergeleken met die van een otter vanwege zijn vorm en benadrukken deze eigenschap.
Relatief gezien is de Labrador nog niet een heel oud ras.
In Engeland werd de Rasvereniging opgericht in 1916, de vereniging de Gele Labrador Club werd opgericht in 1925.
Het was aan het einde van de jaren 1800 waar op de veldwedstrijden de Labrador de aandacht trok door zijn werklust. Deze hond was van Col. Peter Hawker en de Graaf van Malmesbury.
Het was de hond genaamd Malmesbury Tramp die door Lorna, Countess Howe beschreven werd als een van de stamvaders' van de moderne Labrador.

Algemeen beeld: Sterk gebouwd, kort in lendenen, bijzonder actief, (het lichaam vertoont nooit een buitensporig uiterlijk of is overdreven zwaar/dik n.a.v. gewicht of bouw) breed in schedel, breed en diep in borst en ribben, breed en sterk in lendenen en achterhand.


 
Temperament/gedrag: Goed temperament, erg behendig. Buitengewoon goede neus, zacht in de mond, uitgesproken liefhebber van water. Een toegewijde, zich makkelijk aanpassende metgezel. Intelligent, levendig en gezeglijk, met een sterke wil zijn baas te behagen. Vriendelijk karakter zonder spoor van agressie of ongepaste schuwheid.

Hoofd                 
Schedel: Breed, scherp besneden zonder vlezige wangen.
Stop: Met een duidelijke stop.

Voorsnuit:
Neus: Breed, neusgaten goed ontwikkeld.
Voorsnuit: Krachtig en niet spits toelopend.
Kaken/gebit: Kaken en gebit sterk met een volmaakt, regelmatig en compleet scharend gebit, dat wil zeggen dat de bovenste tanden net over de onderste tanden heen vallen en recht in de kaak staan.
Ogen: Middelmatig groot, met intelligente en vriendelijke uitdrukking, bruin of hazelnootkleurig.
Oren: Niet groot of zwaar, dicht tegen het hoofd aanliggend en vrij ver naar achteren geplaatst.

Hals: Droog, sterk, krachtig, geplaatst op goedliggende schouders.

Lichaam
Bovenbelijning: Recht.
Lendenen: Breed, kort gekoppeld, sterk en kort.
Borstkas: Van goede breedte en diepte, met goed gewelfde, tonvormige ribben.
Dit mag niet tot uitdrukking komen door overmatig gewicht.

Staart: Kenmerkend voor het ras, erg dik bij de aanzet en geleidelijk toelopend naar de punt, van middelmatige lengte, vrij van bevedering, maar rondom dik bekleed met een korte, dikke, dichte vacht, waardoor  de ronde vorm ontstaat die beschreven wordt als “OTTERSTAART”.
Mag vrolijk gedragen worden, maar mag niet over de rug krullen. 

Ledematen
Voorhand:
Algemeen beeld: Voorbenen voorzien van stevige botten en recht van de elleboog tot de grond, zowel van voren als van opzij bezien.
Schouders: Schouders lang en schuinliggend.
Bovenbelijning: Horizontale bovenbelijning.
Lendenen: Breed, kort en sterk.
Voorvoeten: Rond, compact, goed gebogen tenen en goed ontwikkelde voetzolen.

Achterhand:
Algemeen beeld: Goed ontwikkeld, niet naar de staart aflopend.
Kniehoeking: Goed gehoekte knie.
Hakken: Laag geplaatst, koehakkig of naar binnen gedraaide hakken is hoogst ongewenst.
Achtervoeten: Rond, compact, goed gebogen tenen en goed ontwikkelde voetzolen.
                                       
Gang/Beweging: Vrij, voldoende bodem beslaand, recht en zuiver zowel voor als achter.

Vacht:
Vacht: Kenmerkend voor het ras, kort, dicht, zonder golven of bevedering, vrij hard aanvoelend, weerbestendige ondervacht.
Kleur: Geheel zwart, geel of lever/chocoladekleurig.
De gele kleur kan variëren van licht roomkleurig tot vossenrood. Kleine witte vlek op de borst is toegestaan.

Schofthoogte/Maat: Ideale schofthoogte reuen 56-57 cm, teven 54-56 cm.

Fouten: Iedere afwijking van de hierboven vermelde punten moet als fout worden aangemerkt, de beoordeling van de ernst van de fout moet in exacte verhouding staan tot de ernst van de fout en de uitwerking van de fout op de gezondheid en het welzijn van de hond.

Diskwalificerende fouten

  • Aggressief
  • Iedere hond die duidelijk fysieke of gedragsafwijkingen vertoont dient gediskwalificeerd te worden.

N.B.: Reuen moeten twee normaal uitziende testikels hebben, die volledig in het scrotum zijn ingedaald.